Een stukje onbegrip

Als columnist krijg je soms reacties op je stukken via ingezonden brieven of middels een rubriekje op de opiniepagina dat zeer toepasselijk De Reactie is gedoopt. Niet zelden leiden die schrijfsels tot opgetrokken wenkbrauwen. Het is een merkwaardige ervaring als je een stukje over je stukje leest, waaruit blijkt dat de auteur je stukje niet heeft begrepen. Een stukje onbegrip, zogezegd. Laatst schreef ik bijvoorbeeld een artikel over oorzaken en gevolgen van de dreigende teloorgang van de papieren krant. Kort daarop verscheen er een reactie van een lezer, die me verweet dat ik het internet de deur wilde wijzen, hetgeen niet het geval is en ook nergens in het artikel staat. Vervolgens refereerde hij aan het door mij gebezigde begrip ‘intellectueel eigendom’ dat hij foutief interpreteerde door er ‘intellectuele waarde’ van te maken waarbij hij zich afvroeg of alles dat in een krant staat wel van intellectuele waarde is. Nee, dat is het niet, maar dat betekent intellectueel eigendom ook niet. Het intellectueel eigendom van een krant omvat alle opinie- en achtergrondverhalen, ook al is het de grootst mogelijke onzin. Op die twee incorrecte premissen stoelde hij de rest van zijn reactie om af te sluiten met de opmerking dat het duiden van nieuws iets heel anders is dan een ‘columnpje hier of daar.’ Inderdaad.
Ik treed nu wellicht teveel in detail met betrekking tot een onbeduidende kwestie, maar ik doe dat om te illustreren waar de opgetrokken wenkbrauwen vandaan komen. Onlangs bleek dat ik niet de enige ben die af en toe zijn tenen uit een kramp moet zien te krijgen. Uit een artikel van Frans Pollux bleek dat ook hij soms hoofdschuddend aan de ochtendkoffie zit. Pollux’ artikel handelde onder meer over het opmerkelijke fenomeen dat aan meningen van bekende Nederlanders vaak net zoveel waarde wordt gehecht als aan die van mensen met nét iets meer onder hun haar. Dat je niet onverdienstelijk tegen een bal kunt trappen wil nog niet zeggen dat je een doorwrochte visie op de Midden-Oostenproblematiek ten beste kunt geven. In theorie is het niet onmogelijk, maar in de praktijk valt het tegen. Een redacteur van deze krant vroeg zich daarop als rechtgeaard braafste jongetje van de klas af waar dan de ‘ondergrens’ ligt. Als een leek niet mag meepraten over een specialistische kwestie, zo mijmerde hij, mag hij dan wel stemmen? Ja, dat mag. Sterker nog, zelfs Britt Dekker stemmen. Het is beangstigend, maar het is niet anders. Er is echter nergens vastgelegd dat elke mening evenveel waard is. U kunt wel van mening zijn dat twee plus twee drie is, maar dat levert toch ernstige moeilijkheden op in de beargumentering.
Ingezonden brieven zijn ook soms onbedoeld komisch, zoals die van een boze Maastrichtse die me naar aanleiding van enkele stukken over de onzin van het broeikaseffect betichtte van ‘pseudowetenschappelijk gezwets.’ Is dat grappig? Ja, dat is grappig, omdat ze daarmee niet mij, maar bijvoorbeeld professor Fred Singer, vooraanstaand Amerikaans natuurwetenschapper en bedenker van het Amerikaanse weersatellietenprogramma, van gezwam beschuldigt. Ik ben slechts de boodschapper.
Anders worden de reacties als je het waagt iemand onderuit te halen die voor veel mensen op een voetstuk staat, zoals ik heb gemerkt na een artikel over beroepsfantast Michael Moore. De documentairemaker heeft ook in Nederland een grote schare blind vererende volgelingen, die niet wisten hoe snel ze in hun pen moesten klimmen. Wat bij dit soort reacties opvalt is het vileine karakter ervan. Er wordt meteen op de man gespeeld. ‘Wat ik dan wel niet voor filmpjes maak.’ Al bakte ik brood, mocht ik nog zeggen wat ik gezegd heb, al is het wel zo dat montagetrucs en andere manipulatietechnieken makkelijker te traceren zijn voor iemand die zelf in het vak zit. Bovendien, ik mag over alles een mening publiceren want ik ben Gard Simons en u niet.
Mocht u mij dus ooit op straat tegenkomen, weet u waar die verbaasde gelaatsuitdrukking vandaan komt. Ik hoop alleen dat u dit stukje hebt begrepen, anders gaat u misschien ook onzin debiteren op de brievenpagina en dat zou jammer zijn.


