Van dik hout

Houthakker te Nieuwenhagerheide was hij, mijn overgrootvader Hendrik Jozef Simons. Geboren in 1858 en overleden in 1930 aan de gevolgen van een longontsteking. Op de schaarse foto’s die ik van hem heb kijkt hij mij doordringend aan. Ik heb zijn wenkbrauwen. Dezelfde kaaklijn. Ik draag zijn namen. Mijn vader vertelde me vele verhalen over zijn grootvader. Een zwijgzame man met een bloedhekel aan alles dat naar autoriteit riekte. Hij groeide op aan de rand van de Brunssumerheide, waarin hij later als stroper het wildbestand op peil hield. Strikken ontmantelde hij. Je moest er wel wat voor doen. Het huis dat hij bouwde aan de huidige Brunssumerweg staat nog overeind. Boven de voordeur prijken nog steeds zijn initialen. Driek, werd hij genoemd. Zijn zoon Albert had een café aan de tegenwoordige Hoogstraat. Driek legde er elke zondagochtend een kaartje. Een paar aangeschoten jongens vielen de oudere mannen lastig. Driek zweeg. Na enige tijd stond hij rustig op, liep naar buiten, vond een afgebroken stalen as, liep weer rustig naar binnen en sloeg een stuk uit het houten biljart, vlak langs het hoofd van een van de goddank nog net wegduikende jongens. “Hasse geluk gehad. Woar se net op tied” vatte Driek het gebeurde kernachtig samen, ging zitten en vroeg wat troef was.
Als u dus van mening bent dat mijn stukjes soms nogal van dik hout zijn: excuseert u mij. Ik ben genetisch belast. Het houtvellen zit in mijn bloed.



Zandzakken voor de deur!
Smile…
Ik vroeg me al af, waarom je altijd van die “geruite hemden” droeg.