Zes kruisvaarders op een dood paard
Het Christen Democratisch Appél is altijd al een grappig clubje geweest, maar sinds de val van het eerste kabinet-Rutte is het helemaal smullen geblazen. Maxime Verhagen koos het hazenpad omdat hij zijn ziel aan de duivel had verkocht voor een ministerspost, waardoor er iemand anders aan de CDA-lijst moest gaan trekken. In den beginne waren er zeven kandidaten, maar de paljas Harry Wesselink werd al gauw te verstaan gegeven dat hij moest opkrassen: de partij kampt al met een imagoprobleem en een clown hoort in het circus. Dat was jammer, maar de overgebleven zes christenbroeders en -zusters zorgden ook voor vermakelijke taferelen. Het is al een Godswonder dat er überhaupt nog iemand te vinden is die aan dat dooie paard wil trekken, dus zes van die kruisvaarders acht ik een onomstotelijk bewijs voor het bestaan van een Opperwezen.
Het CDA heeft sinds de samenzwering met de PVV alle geloofwaardigheid verloren en bungelt in de peilingen ergens tussen de PvdA en D’66 in. De zes kandidaten wilden het tij keren door te doen wat nodig is en samen de schouders eronder te zetten. Zij willen niet meer naar het verleden kijken maar de blik op de toekomst richten, keuzes maken in het belang van Nederland, kijken waar ze sterk in zijn, niemand uitsluiten in dit land en midden in de samenleving staan. Kijk, dat zijn teksten. Henk Bleker is zo bang voor zijn PVV-verleden dat hij niet weet hoe vaak hij moet roepen dat het nu maar eens afgelopen moet zijn met dat gezeur over die PVV en in een panische vlaag van verstandsverbijstering Jack de Vries had ingehuurd waardoor hij zat te koekeloeren met die belachelijke petjes. Liesbeth Spies werd meteen bij de aftrap van haar campagne genadeloos aan het PVV-spit geroosterd tijdens een optreden in Nieuwsuur, begon steeds meer gelijkenis te vertonen met een beschaamd hamstertje en kon het lijsttrekkerschap vanaf dag 1 op haar buik schrijven. Madeleine van Toorenburg blonk vooral uit in zo vriendelijk mogelijk glimlachen. Dat moest ook wel, want als ze dat niet doet verschijnt het onverbiddelijke vierkante hoofd dat zo van pas kwam toen ze nog directeur was van een inrichting voor jeugdige delinquenten. Marcel Wintels heeft de uitstraling van een staatsman maar kwam helaas ook niet verder dan het oplepelen van de ene gemeenplaats na de andere en maakte daardoor een extra verloren indruk. Van Haersma Buma leek de meest kansrijke kandidaat, maar werd al gauw op de huid gezeten door nieuwkomer Mona Keijzer. Buma had misschien nog wel het meeste last van zijn PVV-verleden en liet geen mogelijkheid onbenut om erop te wijzen dat hij Wilders meer dan zat is. Hij vergat erbij te vertellen dat hij dat alleen is omdat het kabinet de bietenbrug op is gegaan. Had het cordon sanitaire nog in het zadel gezeten, was hij vrolijk doorgegaan met zichzelf te verloochenen.
Buma’s plaaggeest Mona Keijzer is een verhaal apart. Weinig make-up, heldere blik, geen grammetje vet, keiharde handbal-handen en zegt de hele dag: “Ik zeg altijd maar zo:” Ze las ooit “een dikke pil, kwam toen bij het CDA uit en rolde zomaar de gemeentepolitiek in.” Mona rolt dat het een lieve lust is want het wethouderschap rolde ze ook al zomaar binnen. Zo rolde ze ook pardoes tegen haar man op en produceerde daar zonder omwegen vijf koters mee: “Op de vraag heb je kinderen antwoord ik altijd: Ja.” Eerlijkheid valt Mona niet te ontzeggen. Ook met de kennis van onze staatsinrichting zit het wel snor: “Een College van B & W, dat heeft elke gemeente.” De Volendamse meid is van het oudchristelijke Niemand Uitsluiten en voerde dat zo ver door dat ze zelfs een hernieuwde samenwerking met de PVV niet onmogelijk achtte, waardoor ze de indruk wekte van iemand die niet helemaal goed snik is. Toch leek ze ermee weg te komen want Buma voelde haar adem in zijn nek. Figuurlijk dan. Hij zou het letterlijk ook niet erg vinden, maar daar begint Mona niet aan.
Vandaag werd echter bekend dat Van Haersma Buma aan de gestrande CDA-botter gaat sjorren. Wethouder Mona mag haar spannende ambities voor een glanzende carrière in de landelijke politiek even in de ijskast zetten en weer gewoon naar Purmerend forensen.
Schande
De minister-president blijkt tijdens het Catshuisoverleg de immer correcte, beschaafde politicus Geert Wilders te hebben geïntimideerd. “Ik breek dat partijtje van jou tot op de laatste zetel af”, schijnt Rutte te hebben geschreeuwd. Het is zelfs zo erg geweest dat Wilders een en ander uit de doeken kwam doen op de publieke omroep, een organisatie die hij normaal gesproken mijdt als een besmettelijke ziekte. De rechtschapen PVV-leider deelde ons zichtbaar aangeslagen mee dat de premier in figuurlijke zin ‘als een wildebras om zich heen sloeg.’ Bovendien vond hij hem ‘arrogant.’ Ik voel met de heer Wilders mee. Geert Wilders, die we nog nooit op een onvertogen woord hebben kunnen betrappen en die iedereen met de grootst mogelijke omzichtigheid benadert. Zelfs ministers bij wie hij een psychische stoornis vermoedt noemt hij slechts ‘knettergek’ in plaats van ‘volstrekte halve gare.’ Soms probeert hij zo’n psychiatrisch patiënt tot rede te brengen en oppert het goedbedoelde advies: ‘Doe es even normaal man!’ In de Tweede Kamer der Staten-Generaal, tegen de minister-president van het Koninkrijk. Onze geliefde Geert Wilders, die een kopvoddentax wenste en PvdA-leider Cohen liefdevol schertsend uitmaakte voor bedrijfspoedel. Geert Wilders, die al jaren strijdt voor creatief en vernieuwend taalgebruik in de Tweede Kamer maar daarbij nog nooit collega-Kamerleden het bloed onder de nagels vandaan heeft gehaald met beledigende en ongenuanceerde uitspraken. Tegen die Geert Wilders, daar wordt zomaar boe-boe tegen gedaan. Het is in één woord schandalig.
Decreet
Het Politburo van de Socialistische Partij (SP) heeft onlangs met unanieme stemmen een decreet afgekondigd, waarin wordt bepaald dat de kameraden Emile Roemer en Jan Marijnissen Altijd Gelijk hebben. Mochten de twee godenzonen een aan elkaar contrair standpunt huldigen, dan hebben ze Allebei Gelijk, zo schrijven de bepalingen voor. Verder is vastgelegd dat de SP weliswaar een democratische partij is, maar dat elke discussie dient te verstommen als Marijnissen en/of Roemer ademhalen om iets te gaan zeggen. Mocht het slechts een zucht betreffen, mag daarna weer vrolijk door worden gekakeld. In het opmerkelijke artikel 2 wordt het SP-leden verboden om het woord ‘markt’ te gebruiken, hetzij gecombineerd, hetzij als los woord. Op markt in de betekenis van een door de gemeente aangewezen verkoopplaats van goederen is een ontheffing van toepassing, want op markten barst het van de SP’ers dus dat zou geen doen zijn. Artikel 3 schrijft voor dat elk geluid dat Roemer en/of Marijnissen produceren met luid gejuich dient te worden begroet. Daaronder vallen ook scheten, boeren, niezen en hikken. (sub.1, 2, 3 en 4) Het vierde en laatste artikel bepaalt dat aan uitkeringsgerechtigden in het vervolg dient te worden gerefereerd als ‘achterban’. In het aanhangsel tot slot, wordt het voornemen uitgesproken om na de volgende verkiezingen wetsvoorstellen in te dienen die de nationalisatie van boerenbedrijven behelzen, die vervolgens dienen te worden aangeduid met de benaming Ned-chozen. Agrariërs die medewerking weigeren worden verbannen naar een doorzonwoning in Almere-Muziekwijk of Heerlen-Noord.
Sorry!
De moordenaar en drugsdealer Desi B. begrijpt de ophef over de Decembermoorden niet. Ik ook niet. Kijk; er zijn zoveel Surinamers. Vijftien meer of minder, wat maakt het nou toch uit, mensen. Bovendien waren sommigen advocaat, te weten John Baboeram (31), Kenneth Goncalves (42), Eddy Hoost (48) en Harold Riedewald (49). Die kunnen best gemist worden, net als de journalisten Bram Behr (31), Lesley Rahman (28), Jozef Slagveer (42) en Frank Wijngaarde (43). Journalisten zijn alleen maar lastig, dat weet iedereen. Ook ondernemers zijn een vervelend slag mensen, dus André Kamperveen (58) en Robby Sohansingh (37) mist ook geen mens, om nog maar te zwijgen van die nutteloze types van wetenschappers, zoals psycholoog Gerard Leckie (39) en natuurkundige Sugrim Oemrawsingh (42). Aan de laatste drie sujetten, te weten de militairen Soerendre Rambocus (29) en Jiwansingh Sheombar (25) en de vakbondsleider Cyrill Daal (46) maken we al helemaal geen woorden vuil. Desi B. heeft zelf de trekker twee keer overgehaald: hij schoot Cyrill Daal en Soerendre Rambocus dood, zoals B.’s vertrouweling Ruben Roozendaal op 23 maart onder ede verklaarde. Ook hier: waar maken we ons druk om. Als B. het niet had gedaan, had het iemand anders moeten doen want dood moesten ze toch. Bovendien heeft B. al in 2007 excuses aangeboden voor de moorden. Dat lijkt me afdoende. Als elke meervoudige moordenaar gewoon ‘Sorry!’ roept, zou de wereld er een stuk beter uitzien. Daarna maken we ze president van een democratische rechtstaat.
U moet dat ruim zien
In het kader van de oprukkende democratisering van de Dodenherdenking, stel ik voor om volgend jaar kaarsjes aan te steken voor dat arme bewakend personeel van Auschwitz. Die jongens waren ook maar gestuurd en de schoorsteen moest toch roken, nietwaar? Arbeid maakt tenslotte vrij. Ook het handjevol nog levende leden van de Einsatzgruppen mag wat mij betreft in het zonnetje worden gezet. Ze dachten namelijk dat ze met hun vriendjes zakdoekje gingen leggen in Rusland, maar moesten tot hun verbazing opeens vrouwen en kinderen doodschieten en baby’s met hun hoofdje tegen een boom slaan zodat hun hersentjes in het rond spatten. Dat vonden ze best vervelend, niet in de laatste plaats omdat hun mooie scoutingpakje helemaal onder het bloed kwam te zitten. Ze hoopten daarna nog liedjes te mogen zingen rond het kampvuur, maar dat gebeurde nooit dus ze voelden zich mooi bekocht. Het is ook jammer dat niemand weet waar Anton Mussert begraven ligt, anders konden we volgend jaar op 4 mei een wake houden. Hij pleegde ook alleen maar hoogverraad omdat hij het beste met ons voorhad. Het wordt tijd dat we die dingen eens wat ruimer gaan zien. We moeten ons daarvoor ‘openstellen’. Niet van dat benauwde. Elke medaille heeft een keerzijde. Net of u nooit een verkeerde keuze hebt gemaakt. En last but not least moeten we vooral kinderen die van toeten noch blazen weten de ruimte geven om, midden in het gezicht van overlevenden van de terreur, ongepaste domme huilgedichtjes voor te lezen.
Domoor
Ja, dat hadden we dus niet afgesproken. Beetje constructief gaan zitten samenwerken en in twee dagen met een pakket aan maatregelen op de proppen komen waarin zo ongeveer heel Nederland zich kan vinden. Het ergste is nog dat alles in goede harmonie ging en er geen wanklank te bespeuren viel. Daar kan ik als columnist natuurlijk geen chocola van maken. Met politici die daadwerkelijk iets goed doen, over schaduwen gaan springen, elkaar niet voor rotte vis uitmaken en allerlei andere activiteiten ontplooien waarop ze normaal nooit te betrappen zijn, daar kan ik niets mee behalve ‘Dat doen ze anders nooit’ roepen. Goed, de PvdA heeft zichzelf vóór de verkiezingen al de nek omgedraaid met een bijzonder domme actie maar ja, what’s new. Samsom laat zien dat je ook met een IQ van 836 een domoor kunt zijn, hetgeen op zich dan wel weer een prestatie is. Ik zei nog zo: vergeet die hoed en kies nou Plasterk, maar jullie wilden met alle geweld die geschoren bobtail, dus kom niet bij mij klagen. Alles overziend zie ik magere tijden opdoemen aan de columnistenhorizon. Wilders heeft zichzelf gemarginaliseerd, Brinkman krijgt met hangen en wurgen een halve zetel en de normale partijen gaan tot overmaat van ramp een potje opbouwend zitten doen. De parlementaire democratie toont aan over een zelfhelend vermogen te beschikken, die geinige caviapolitie wordt weer afgeschaft en Leers mag geen kinderen meer pesten. De beschaving keert terug. Nu moet ik écht werk gaan zoeken.
Misschien
Barack Obama heeft onlangs zijn nieuwe campagneslogan bekendgemaakt. De leuze waarmee de president een tweede termijn in de wacht hoopt te slepen luidt: “Ik heb grootse plannen, maar we zien wel hoe het loopt.” Afgelopen zondag, tijdens een toespraak in Deaf Rabbit, Wisconsin, zei Obama: “Vier jaar geleden heb ik een nogal grote mond gehad met dat Yes we can-gedoe. Dat gebeurt me niet meer. We can misschien van alles, maar er is niet veel van terechtgekomen. De politieke realiteit is heel anders dan ik me had voorgesteld. Ik kon dat niet weten; het is per slot van rekening pas tweehonderd jaar hetzelfde liedje. Bovendien is die gimmick van m’n huidskleur ook wel uitgewerkt. Het Amerikaanse volk is er nu wel achter dat ook een neger geen ijzer met handen kan breken in het Witte Huis.” Waarom de kiezer in november weer op hem moet stemmen, laat de president in het midden. “Ik heb geen idee. Mitt Romney is misschien best een geschikte peer. Of je nou door een ezel of door een olifant wordt gebeten. Dus kijk maar wat je doet.” De nieuwe slogan is langer dan de vorige, waardoor de campagnebus langzamer moet rijden. “Yes we can zag je in een oogopslag, maar deze moet je even lezen. Nadeel daarvan is dat we niet zo snel kunnen rijden en minder staten zullen bereiken. Ik dacht eerst nog aan Maybe we can maar dat vond Oprah niet goed.”
Tweedeling
Afgelopen zaterdag werd in het praatprogramma Debat op 2 stilgestaan bij het onderwerp armoede. De sfeer die de uitzending ademde, illustreerde op treffende wijze de sociologische tweedeling die Nederland de laatste jaren in haar greep heeft. De ene groep verwijt de andere dat ze niet moet zeuren omdat ze zelf de hoofdschuldige van haar beroerde situatie is. Die eerste groep bestaat uit mensen wier woning niet gefrequenteerd wordt door deurwaarders, de andere weet ze er niet meer van af te slaan. De Limburgse VVD-gedeputeerde Mark Verheijen (schoon gewassen maak-me-niks-wijs-hoofd, stropdas, VVD-uniform) en een student economie (foute bril, fout overhemd) behoorden tot de eerste groep. “We kunnen geen beleid maken op individuele gevallen”, zegt Verheijen. “Armoede bestaat niet in Nederland”, roept de schreeuwbril.
Een dag later denkt Eva Jinek dat 150.000 euro een ‘hoger middeninkomen’ is en bevestigt daarmee het bij mij persoonlijk al langer levende vermoeden dat ze een omhooggevallen journaallezeres is. PvdA-leider Diederik Samson corrigeert haar beslist doch netjes, maar omdat Jinek alleen zichzelf hoort praten zegt ze het daarna gewoon nog twee keer. Ik denk dat we hiermee het lek boven hebben. Als je van mening bent dat armoede niet bestaat en dat anderhalve ton een middeninkomen is, zou je niet mogen meepraten over armoede. Dan weet je namelijk niet waar je het over hebt en moet je in je middenklasse-Jaguar een foute bril van vensterglas gaan kopen en je vooral nergens mee bemoeien.
Een verraderlijk vals plat
Enige tijd geleden nam ik voor een blad een interview af met een hoge Limburgse politiefunctionaris. Het was een genoeglijk onderhoud, maar ik ben een waardeloze interviewer omdat ik te pas en vooral te onpas mijn eigen visie ten beste zit te geven. Dit blijft wel onder ons, anders kan ik mijn biezen pakken bij dat blad, dat begrijpt u. Het gesprek nam echter een wending die mijn vileine kant wakker schudde. De commissaris benadrukte dat de politie weliswaar een uitvoerende en handhavende organisatie is, maar dat een wet die haar zou verplichten iedereen met rood haar te arresteren en op te sluiten, op zoveel weerstand zou stuiten dat niemand bereid zou zijn hem uit te voeren. Ik kon de verleiding niet weerstaan en refereerde aan de weerstand van de Nederlandse dienders die in de oorlogsjaren Nederlandse burgers, die ze bij hun beëdiging gezworen hadden te zullen helpen en beschermen, ontheemden en een wisse dood tegemoet stuurden, omdat een door de bezetter gedicteerde wetgeving hen dat opdroeg. Die weerstand was er namelijk niet of nauwelijks. Het is het bekende Befehl ist Befehl, dat van handhavers daders maakt en van waterdragers kopmannen, hoezeer zij zich ook beroepen op hun ondergeschikte positie. Een misdrijf is ook een misdrijf als het van hogerhand gesanctioneerd wordt. Rechteloosheid die recht wordt en een misdaad vermomd als wet ontslaan niemand van zijn morele verantwoordelijkheid. De commissaris vond mij even niet meer zo’n jofele peer, maar goed, dat ben ik dan ook niet.
Over de rol van de Nederlandse politie in de oorlogsjaren is niet zo heel veel bekend, niet in de laatste plaats omdat zoveel mogelijk onder het tapijt wordt geschoven. Wel bekend is bijvoorbeeld dat de gemiddelde bromsnor na de oorlog gewoon zijn werk kon blijven doen, ook al had hij zich de facto schuldig gemaakt aan medeplichtigheid aan moord met voorbedachten rade. Het was echter onmogelijk om de hele Nederlandse Hermandad op straat te zetten en te vervangen door een nieuwe, waardoor diezelfde agenten na de oorlog weer oude joodse vrouwtjes hielpen oversteken. Om diezelfde reden bleven in de naoorlogse Bondsrepubliek Duitsland rechters, officieren van justitie en politieambtenaren zitten waar ze ook ten tijde van het naziregime zaten. Alleen de ergste gevallen werden er zoveel mogelijk uitgepikt en berecht. Het leeuwendeel van de Duitse rechters veroordeelde (onschuldige) burgers voor elk wissewasje tot internering in een concentratiekamp. Als ze dat nalieten verloren ze namelijk hun comfortabele positie en daar had niemand trek in. Dat de rechtsorde volkomen uit het lood was geslagen en in principe helemaal niet meer bestond, interesseerde maar een klein deel van de magistratuur. Er was een wetboek, een overheid die die wetten afkondigde en er lag een houten hamertje op tafel. Dat was alles dat ze nodig hadden. Dat de wetgevende macht uit een stelletje zware criminelen bestond en hun wetten een farce waren, deerde kennelijk niet. De kopmannen der rechterlijke macht werden handlangers van criminelen, de waterdragers der uitvoerende macht werden plegers van levensdelicten.
Natuurlijk is het een gotspe om het Nederland van 2012 te vergelijken met het Duitsland van 1936, maar de noodkreet die Ombudsman Alex Brenninkmeijer vorige week zaterdag in NRC Handelsblad slaakte, mag niet worden veronachtzaamd. Brenninkmeijer signaleert een kabinet dat de rechterlijke macht in toenemende mate probeert uit te hollen en naar zijn pijpen wil laten dansen. Het drukt wetten met één stem meerderheid erdoor die elke voeling met de maatschappelijke realiteit missen en verhoogt de financiële drempel voor burgers die een gang naar de rechter willen wagen. Het cynisme van het huidige rechtse minderheidskabinet is weliswaar schier grenzeloos, de tendens op zich is al langer gaande. Wetgeving behoeft een brede parlementaire en maatschappelijke basis. Een onafhankelijke en toegankelijke rechterlijke macht is van levensbelang voor een fatsoenlijke rechtstaat en het functioneren van een beschaafde democratie. Een volksvertegenwoordiging die daar op welke manier dan ook aan morrelt, moet zo snel mogelijk worden vervangen door een andere. De glijdende schaal die op den duur naar een politiestaat voert, kent geen steile hellingen. Het is een verraderlijk vals plat dat lastig als zodanig is te onderkennen, zowel voor de kopmannen als voor de waterdragers.
Belangrijke meneer
Er was eens een belangrijke meneer uit Maastricht. Eerst was hij burgemeester en had een mooi vakantiehuisje in Bulgarije. Hij was zeer begaan met het vaak tragische lot van uitgeprocedeerde asielzoekers in zijn gemeente en schreef de minister van Immigratie menig briefje waarin hij zijn zorgen over het onmenselijke beleid uiteenzette. Later werd de meneer zelf minister van Immigratie en Asiel en trof hij zijn eigen smeekbedes aan op zijn nieuwe bureau. Dat vond hij zo grappig dat hij er kond van deed in de media. Met zijn nieuwe baan veranderde ook de toon van de meneer. Ineens was hij vergeten dat hij burgemeester was geweest. Hij wrong zich in allerlei bochten en zwaaide met wetboekjes dat het een aard had. Hij vond het ook erg, maar de wet gold voor iedereen dus ook voor kinderen en zeker voor illegale, plus dat we dus moesten oppassen voor een aanzuigende werking. Straks wil iedereen in Roermond wonen en dat kon niet de bedoeling zijn. De meneer zelf woonde in een mooi huis met centrale verwarming en droeg dure maatpakken met zijden stropdassen. Het gekke was dat hij zich niet eens leek te schamen. Hij vond dat hij moest doen wat goed was voor Nederland en als daarbij kinderen bij hun ouders moesten worden weggerukt, dan was dat maar zo. “Over een paar jaar zullen mensen me op waarde schatten”, zei de meneer. Dat zullen we doen, meneer. Daar kunt u donder op zeggen.
3 Comments