Pers én gast

Vrijdag begint het vierenveertigste Pinkpopfestival. Op het polsbandje dat ik draag staat ‘pers en gast’, maar welke van de twee ik nu eigenlijk ben is onduidelijk. Mijn leeftijd in ogenschouw genomen zou ik een uitgenodigde gast kunnen zijn. De oordopjes liggen al klaar, zal ik maar zeggen. Van de andere kant publiceer ik erover in de regionale media, dus zo beschouwd ben ik dan weer pers. Eigenlijk ben ik inderdaad pers én gast. Het bandje spreekt de waarheid. Wie me jaar in, jaar uit blijft verbazen, is Jan Smeets zelf. De Pinkpopbaas nadert de zeventig, maar van enig wijken wil de motor van ‘s werelds langst lopende popfestival niet weten. Hij zal het kalmer aan doen dan op z’n vijftigste, hoewel ik dat niet met al te grote stelligheid durf te beweren. Ik heb Jan Smeets eens geïnterviewd voor een maandblad en wat me daarvan het meest is bijgebleven was de tomeloze energie van de man. Als het over Pinkpop gaat, is Jan niet te stuiten. Daar kun je hem midden in de nacht voor wakker maken. Nu hoefde dat niet want we hadden ’s middags afgesproken, maar na anderhalf uur voelde ik me wel alsof het midden in de nacht was. Jan niet. Of ik al klaar was, want eigenlijk wilde hij nog iets vertellen over Megaland. ‘Dan zie ik je op het vip-terras’, nam Jan afscheid. Zijn daar ook ligstoelen voor de oudere medemens? Voor mij bedoel ik, niet voor jou. ‘Nee, daar struikel ik over’, zei Jan.
Lekkere jongens bij Monsanto

In juli 2011 publiceerde ik op deze plaats een artikel over het Wereldnatuurfonds, waarin ik refereerde aan het Amerikaanse chemiebedrijf Monsanto, dat in innige samenwerking met het WWF op grote schaal genetisch gemanipuleerde soja verbouwt waaruit biodiesel wordt gewonnen. De gensoja is immuun voor het bestrijdingsmiddel Roundup, dat alle andere begroeiing vernietigt waardoor er prachtige sojavelden kunnen worden aangelegd. De Argentijnse provincie Chaco was de thuishaven van een van ‘s werelds grootste savannebossen. Wás, want meer dan de helft, een gebied ter grootte van Duitsland, is al gekapt voor de verbouwing van gensoja. Het WWF verdedigt zich door te stellen dat het ‘minderwaardig bos’ was, een niet-onderbouwde claim die het in verband met palmolieplantages in Indonesië ook voortdurend als excuus opvoert. Afgezien van de duizenden dieren die het loodje hebben gelegd, is in Chaco ook de plaatselijke bevolking het kind van de rekening. Door de ontbossingen is er in het gebied nauwelijks nog regenval. Vliegtuigjes sproeien Roundup en treffen daarbij woongebieden met als gevolg dat het aantal kankergevallen en misvormde en doodgeboren kinderen in de gensojagebieden schrikbarend is gestegen. In 2010 kreeg Monsanto van het WWF het predicaat duurzaam ondernemer opgespeld. Als er maar iets wordt verbouwd waarin ‘bio’ voorkomt, is het WWF allang tevreden.
Als u nu denkt: ‘Dat zijn lekkere jongens, bij dat Monsanto’, dan hebt u gelijk, maar het wordt nog erger. De Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) heeft ontdekt dat in 63 procent van alle genetisch gemodificeerde gewassen een gevaarlijk gen-virus aanwezig is. De wereldwijde verspreiding en toepassing van gen-gewassen wordt gepromoot door de Amerikaanse overheid en onze vrienden van Monsanto, dat begin vorig jaar toestemming kreeg om genetisch gemanipuleerde maïs te verkopen die het goed zou ‘doen’ in gebieden met weinig regenval. Franse onderzoekers concludeerden dat deze gen-maïs kankerverwekkend is. Het tot voor kort onbekende gen-virus heet Gen VI en het komt voor in zowel de genetisch gemanipuleerde soja als in de maïs en het graan van Monsanto. Uit het EFSA-rapport blijkt dat Gen VI de natuurlijke afweer van cellen blokkeert, potentieel problematische proteïnen produceert en planten ontvankelijk maakt voor bacteriologische ziekteverwekkers.
In zijn algemeenheid concludeerde het Amerikaanse Institute for Responsible Technoly enkele jaren geleden al dat genen uit gemodificeerde gewassen in het lichaam blijven rondzwerven en zich vermeerderen, waardoor ze later catastrofale gezondheidsproblemen kunnen veroorzaken, zelfs al zouden we gestopt zijn met het consumeren van de gewassen. Daarnaast bestaat er de kans dat gengewassen ziekten veroorzaken die in hoge mate resistent zijn tegen praktisch alle vormen van antibiotica. Sommige landen verzetten zich hevig tegen de producten van Monsanto, en in bijvoorbeeld Rusland, Polen, Hongarije en Peru komt er geen maïskorrel van Monsanto meer het land in. Als u nu denkt dat u geen gevaar loopt omdat u geen genetisch gemanipuleerde maïs eet, moet ik u teleurstellen. Fabrikanten die producten afkomstig van Monsanto verkopen, zijn niet verplicht om op het etiket te vermelden dat het een genetisch gemodificeerd product betreft, en dat doen ze dan ook niet. Welbeschouwd zijn we allemaal onvrijwillige proefkonijnen, want het enige dat Monsanto interesseert, is omzet. Het heeft maling aan uw gezondheid. Wat dat betreft heeft de genetisch gemanipuleerde voedselmarkt wel iets weg van de sigarettenindustrie, met dat verschil dat sigarettenproducenten wel verplicht zijn om op de verpakking te vermelden dat het om een ongezond product gaat.
Mijn tuin barst van het onkruid en een van de beste onkruidverdelgers die er bestaat is het middel Roundup van, jawel, de firma Monsanto. U bent het niet gewend van mij, maar ik verdom het ten ene male om Roundup te sproeien, met als gevolg dat ik met enige regelmaat op m’n knieën in m’n tuin ben waar te nemen. Wat zeg ik? Met enige regelmaat? Eigenlijk doe ik ’s zomers niet veel anders. Dat moet dan maar, want een onkruidverdelger komt er hier niet in. Ja, behalve ik dan, maar ik woon hier. Gelukkig woon ik nogal beschut waardoor me niemand ziet als ik door de tuin kruip, dus mijn reputatie als milieuscepticus blijft, in tegenstelling tot mezelf, overeind. Na gedane arbeid smeer ik een boterham, waarvan ik niet weet of ze gemaakt is van genetisch gemanipuleerd graan.
Een zonnekoning in Saint Tropez
De met donderend geraas van zijn voetstuk gevallen Roermondse politicus Jos van Rey heeft na een periode van betrekkelijke stilte voor de aanval gekozen. Hij ‘accepteert’ de inval van het Openbaar Ministerie en de FIOD niet en heeft het over onderste stenen die boven zullen komen. Hij slaat daarbij zelfs met een vuistje op tafel. Die inval heeft echter al plaatsgevonden, dus of Van Rey hem nou accepteert of niet, de dossiers liggen al bij het OM. Van Rey wordt verdacht van het aannemen van steekpenningen en ambtelijke corruptie. Dat is een niet misselijke tenlastelegging, maar over de schuldvraag zal een rechter zich te zijner tijd moeten buigen. Wel staat vast dat Van Rey een paar sollicitatievragen van de Roermondse vertrouwenscommissie in een telefoongesprek heeft doorgespeeld aan VVD-vriendje Ricardo Offermanns, die in de race was voor het burgemeesterschap van Roermond. Dat mag dus niet hè? Het valt ook moeilijk te ontkennen, want Van Rey’s telefoons werden getapt.
Dat Van Rey terugslaat is niet verwonderlijk, want hij is een politieke straatvechter. Dat moet hij ook zijn, want een intellectueel lichtgewicht als Van Rey moet andere bronnen aanboren om de macht te verwerven waar hij zo naar hunkert. Dat gefleem van ‘mien leef Remunj’ en andere flauwekul is voor de bühne. Van Rey is begonnen als keiharde, sluwe zakenjongen, dus hoe je mensen moet bespelen om je doel te bereiken hoef je hem niet te vertellen. Jos van Rey’s invloed is legendarisch. Wie hem dwarszit heeft een probleem (zoals menig Roermondse gemeenteambtenaar kan beamen) maar wie hem de schoudertjes masseert kan rekenen op honing en nectar, zoals sommige op voorspraak van Van Rey in de Tweede Kamer belande Limburgse VVD-politici. Het probleem met dit soort mensen is dat ze zich na verloop van tijd onaantastbaar beginnen te wanen en steeds roekelozer worden. Van Rey is het niet gewend om op de vingers te worden getikt, want er is tientallen jaren niemand geweest die dat deed. Nu dat eens een keer wel gebeurt, ziet hij de wereld voor een doedelzak aan.
Het is geen officiële psychologische terminologie, maar het verschijnsel dat zich opdringt wordt wel omschreven als ‘zonnekoninggedrag.’ Het is vernoemd naar de Franse koning Lodewijk de Veertiende, die door het leven ging als de Zonnekoning. Een zonnekoning is iemand die overmoedig wordt in zijn acties, omdat hem alleen stroop om de mond wordt gesmeerd en niemand hem tegen durft te spreken. Hij denkt dat hij geen verkeerde beslissingen kan nemen, want zijn gezag is geen gezag, maar macht gestoeld op angst. Je ziet het bij mensen in de top van het bedrijfsleven, in dictaturen en soms ook bij bestuurders die functioneren in een democratisch bestel. Als je dan ook nog behept bent met een persoonlijkheidsstructuur als die van Van Rey, heb je de poppen aan het dansen. Een typerend kenmerk van een zonnekoning is dat hij anderen de schuld geeft als de boel in het honderd loopt. Iedereen heeft het gedaan, behalve de zonnekoning zelf. Hij briest en tiert en pleit zichzelf vrij. Jos van Rey geeft dan ook iedereen de schuld, van de media tot de minister en van de Belastingdienst tot het OM. Enige beschaafde ingetogenheid is deze man volledig vreemd, maar het domme is dat hij niet in de gaten heeft dat hij er alleen zijn eigen glazen mee ingooit. Waarschijnlijk komt dat omdat hij nog steeds denkt dat hij de zonnekoning van weleer is, maar dat is een tragische misvatting.
De Oude Grieken noemden dit gedrag hubris: bestuurders die eigenbelang lieten prevaleren en fraude pleegden. De Atheners hadden een oplossing voor het zonnekoningenprobleem: ostracisme, oftewel verbanning. Als een Atheense bestuurder al te overmoedig werd, togen de burgers van de stadstaat Athene voor het schervengericht naar de Acropolis en brachten op een stuk gebroken aardewerk hun stem uit. Als zesduizend van hen tegenstemden werd de zonnekoning voor tien jaar heengezonden. In de vijfde eeuw voor Christus zijn zo 15 potentieel staatsgevaarlijke Grieken uit Athene verbannen. Zo ver willen we tegenwoordig nou ook weer niet gaan, anders mag arme Jos straks zijn ‘leef Remunj’ niet meer in. Dan moet hij tien jaar in Piet van Pol’s huis in Saint Tropez gaan wonen en dat gun je niemand.
Van het roken af

Vorige week maandag leverde ik mijn kater Hannes meer dood dan levend af bij een niet nader te noemen dierenkliniek (Drakenmolen, Hoensbroek en Brunssum), waar een eveneens niet nader te noemen dierenarts (Wiel Extra) ogenblikkelijk de ernst van de situatie onderkende en mijn vriendje voor de poorten van de hel wegsleepte. Hannes’ toestand bleef een paar dagen behoorlijk zorgwekkend, maar door de intensieve diergeneeskundige zorg en de gedegen vakkennis van niet-voornoemde Wiel Extra knapte hij langzaam maar zeker op. Hannes en ik zijn een paar kilo lichter; Hannes door een dieet en vochtafdrijving en ik van de stress. Een ervaring rijker ben ik wel. Omdat ik er de ballen verstand van heb, beschouwde ik dierenartsen eigenlijk als een soort veredelde keurslagers. ‘Als-ie het niet meer doet, geef ik ‘m wel een spuitje’, zoiets. In werkelijkheid blijken het echter betrokken professionals te zijn, die alles uit de kast halen om een dier te genezen. Dat geldt overigens niet alleen voor de dierenartsen van de dierenkliniek waarvan ik de naam niet zal noemen (Drakenmolen), maar voor alle medewerkers. Misbruik je nu niet op een schaamteloze manier je positie om reclame te maken, zult u zich afvragen. Jazeker. Maar ja, wat wilde u eraan doen? Niks. Ik mag overigens binnen niet meer roken van dokter Extra, waardoor ik sinds kort ‘s ochtends in de tuin sta te blauwbekken waarbij ik me, zoals de Fransen zeggen, ziemlich blöd vorkomme. Zo helpt Wiel me in samenwerking met Hannes ook nog van het roken af. Ik vermoed een complot.
Moër

Zoals u misschien weet (of niet, maar dan weet u het nu) spreek ik van huis uit Kerkraads dialect. Voor iemand die niet in Kerkrade is geboren of wiens ouders geen dialect spreken, is het praktisch onmogelijk om ooit vlekkeloos Kirchröadsj plat te leren spreken. Dat is wellicht bij alle talen en dialecten zo, maar ik heb de indruk dat dit voor het Kerkraads in versterkte mate geldt. Waarschijnlijk is dat helemaal niet waar, maar láát mij. Het lastige zit ‘m in de finesses. Zo heb je bijvoorbeeld de woorden moer (muur) en moër (wortel). De eerste moer heeft een fractie andere intonatie dan de tweede. De woorden kloëster (klooster) en kloester (hangslot) klinken voor een Hollender hetzelfde, maar herbergen een wereld van verschil. Er zijn nog legio voorbeelden, maar ik volsta met koad (koud) en koäd (touw of boos), die eveneens een nauwelijks hoorbaar en onmogelijk door een buitenstaander te treffen intonatieverschil kennen. Ook de verbuigingen zijn lastig, want vaak niet logisch. Zo is het (in de betekenis van boos) ing koa vrauw en inne koa man, maar: e koäd kink. Waar die d vandaan komt weet geen mens, maar zo moet het. Als ik de kans krijg laat ik bij voorkeur iemand van boven de Moerdijk de zin D’r knien eest ing moër uitspreken, waarop hij honderd tegen één een konijn ten tonele voert dat een muur opeet. Waarom doe je dat, zult u vragen. Nou, gewoon, omdat ik dat grappig vind. Adieë wa!
Strakke plannen

Jet Bussemaker is een bewindspersoon met strakke plannen. De minister van OCW haalde het nieuws met de briljante constatering dat het misschien een goed idee zou zijn als vrouwen die in een afhankelijke economische positie verkeren er even voor zorgen dat ze financieel onafhankelijk worden van hun echtgenoot. Dat kan op allerlei manieren, zoals het beginnen van een escortservice, het opzetten van een xtc-lab of een overval op een geldtransport, maar de minister prefereert de optie scholing en baan, niet noodzakelijkerwijs, maar wel bij voorkeur in die volgorde. Die zienswijze is een noviteit. Daar was nog nooit iemand opgekomen, dus vandaar de enorme media-aandacht en de optredens van de minister in elk praatprogramma dat de vaderlandse televisie rijk is. De sceptici zetten vraagtekens (daar zijn het sceptici voor) maar de geestverwanten van de minister complimenteren de excellentie met de grootste uitvinding sinds de wietpas. Om niet achter te blijven wil ik afsluiten met enkele inzichten waar u wellicht ook iets aan hebt. Zo doet u er bijvoorbeeld goed aan om bij tijd en wijle uw gazon te maaien, anders wordt het gras te hoog. Dit geldt alleen voor mensen die een gazon hebben. Als u in een appartement woont, kunt u dit negeren. Verder zou ik u op het hart willen drukken om niet zomaar de straat over te steken, maar u er eerst even van te vergewissen dat er geen auto aankomt. En de belangrijkste: schakel over op een ander net als Jet Bussemaker op tv is.
Vroeger was alles beter

Digitale televisie is een zegen voor de mensheid, daar wil ik niks aan afdoen. We hebben wel honderd kanalen met de prachtigste programma’s, zoals een reuze interessante Turkse talkshow en een boeiend verslag van het dwergwerpen in Wuppertal. Het punt is alleen dat het me maar niet lukt om vier zenders tegelijkertijd te kijken. Drie tv’s erbij zetten is een optie, maar dat kan bruintje niet trekken. Heel lang geleden, toen de wereld nog in zwart-wit was, hadden we maar een handvol zenders: twee Nederlandse, twee Duitse en ik meen een Belgische. Uitzendingen kwamen binnen via de ‘ether’, waardoor heel Nederland vergeven was van die foeilelijke dak-antennes. Televisie kijken was een exclusief voor ’s avonds gereserveerde bezigheid en om twaalf uur klonk het Wilhelmus, want dan was het weer uit met de pret. Ik moest echter gewoon om acht uur naar bed dus ik zag niet veel tv, met uitzondering van de zaterdagavond, die in het teken stond van in de pyjama Langer Opblijven, natte haartjes en snoep en limonade, waarna ik om tien uur lijkbleek van de moe vrijwillig naar boven wankelde. In mijn herinnering was Mies Bouwman er elke zaterdag met haar Een van de Acht, maar dat zal in werkelijkheid niet zo zijn geweest. Wat ik allemaal keek weet ik niet eens meer, maar ik had niet het gevoel dat ik het dwergwerpen in Wuppertal miste. De haartjes waren nat, de snoep was lekker en boven wachtte een veilig warm bed, waar ik door mijn moeder met een kus werd ingestopt. De wereld was nog heel en het echte leven was nog heel ver weg.
Flauwekul

De Maastrichtse burgervader Onno Hoes vindt dat een onderzoek naar de onderliggende criminaliteit en de criminele netwerken binnen de Limburgse drugshandel dringend noodzakelijk is. Je kunt veel van de burgemeester zeggen, maar niet dat hij geen puike plannen verzint. Daar was de politie nou nooit opgekomen. Er is namelijk nog nooit een drugsnetwerk opgerold in Limburg. O, wacht, wel. Elk jaar een stuk of drie. Dat is nog een wonder, gezien de mankracht die besteed moet worden aan het achterna rennen van straatdealers sinds de invoering van de wietpas en het zinloos binnenvallen van coffeeshops die ondanks het verbod toch aan buitenlanders verkopen. Maar, zou die hele wietpas weer worden ingetrokken, kunnen mobiele opsporingsteams weer cowboytje en indiaantje gaan spelen op de snelwegen rond Maastricht en Venlo, dus dat is lood om oud ijzer. De hele situatie begint een tragikomedie te worden en lijkt schier onoplosbaar. Bij mijn weten is er geen ander land in de Europese Unie dat zo’n bizar softdrugsbeleid hanteert. Het mag niet worden geteeld maar wel verkocht (wat zegt u?), het mag alleen aan Nederlanders worden verkocht (hè?), waardoor er een bloeiende straathandel is ontstaan (jòh!) en vóór die maatregel was het een wildwest op de Limburgse wegen. (dat méén je niet!) Het ergste is nog dat wij de idioten die dit soort flauwekul verzinnen zelf in onze volksvertegenwoordiging hebben gekozen. Dus zo beschouwd moeten we niet zeuren. Hoewel ik dat, geheel in lijn met de algemeen heersende verwarring, hierboven wel heb gedaan.
Ingezonden reactie Jan van Rossem


Inkoppertje


Godfrey Bloom (R)
Mijn gewaardeerde collega Frans Pollux gebruikte afgelopen zaterdag de door mij geciteerde Europarlementariër Godfrey Bloom als kapstok om kritiek te kunnen uiten op het artikel waarin ik het citaat publiceerde. Ervan afgezien dat het hier slechts een openingszin betrof, gaf ik Pollux natuurlijk wel een voorzet voor open doel, die hij dankbaar inkopte. Bloom is in de regel inderdaad nogal een clown, maar ook clowns plaatsen wel eens rake opmerkingen. Pollux vraagt zich af waarom ik nou net Bloom opvoer, en niet een gerenommeerd academicus. Het antwoord daarop luidt: alsof dat wat uitmaakt. Of ik nou Sinterklaas, prof.dr.drs.ir. Stoofpotje of Godfrey Bloom citeer; als ik dat doe in een opiniestuk waarin de woorden kooldioxide, klimaat of duurzaam voorkomen, kwalificeert Pollux het toch wel als door het grootkapitaal ingefluisterde onzin. De praktijk heeft dat uitgewezen. Dat interesseert me op zich niet, maar ik heb me onvoldoende gerealiseerd dat je als underdog in deze materie onberispelijk dient te zijn in de presentatie van je gegevens. Je moet je vijanden in een moment van onoplettendheid niet de kanonnen ter beschikking stellen. Van de andere kant: wat betreft de kooldioxidetheorie huldigen Geert Wilders en ondergetekende dezelfde opvattingen, en toch peins ik er niet over om PVV te stemmen. De rest van hun maatschappijvisie stuit me namelijk nogal tegen de borst. Ik ben het zelfs op afzonderlijke punten eens met de SP, maar ook daar stem ik niet op. Zo heb ik verder ook niks met Godfrey Bloom.




Reageer...